Persmededeling VVH

PERSBERICHT n.a.v. het coverartikel van Knack 39

 “Sociale woningen voor rijken”  

29 september 2011

 

Inleidend

Dat Knack een Forum geeft aan politici om hun kijk op diverse dossiers te duiden is de logica zelve voor een kwaliteitsweekblad. Ook werd gepoogd in het artikel - dat toch vooral een forum gaf aan Mercedes Van Volcem – enige nuance aan te brengen door andere visies aan bod te laten komen, zij het eerder beperkt. Deze nuance ontbreekt in het webartikel grotendeels.  Het uitgangspunt van het artikel gaat gestoeld op de visie van Mercedes Van Volcem, andere actoren maken hoogstens enkele bedenkingen of reflecties uit de praktijk. Wat ons vooral frappeert is dat het kader dat Van Volcem schetst voor waar aangenomen wordt, op basis van door haarzelf aangeleverde cijfers. Toch een enigszins vreemde werkwijze lijkt ons.

We willen hier geen uitspraken doen over de politieke beleidsopties die mogelijk zijn in de sector van de sociale huisvesting. Dat is aan de politieke partijen, als koepelorganisatie is het niet onze taak om beleidskeuzes te maken, dat is het primaat van de politiek.

 

Wel willen we duidelijk vraagtekens plaatsen bij de gehanteerde cijfers, die in het artikel als waarheid worden weergegeven en de indruk wekken dat het een feit is dat ‘sociale woningen voor rijken’ de regel zijn in Vlaanderen, waar winnaars van de lotto, rijke gepensioneerden die hun huis verkopen,… het sociale patrimonium bevolken. Niet ver verwijderd van het cliché van ‘de sociale woning met de BMW 7 voor de deur’ – in elke toogdiscussie over sociale woningen komt dit naar boven.

 

Aangezien de gehanteerde cijfers gebruikt worden om een ‘kader’ te scheppen, waarbinnen Van Volcem haar visie kan ontplooien, en die door de andere partijen niet ‘globaal’ weerlegd worden (zoals gezegd is het eerder een
reflectie op basis van concrete ervaringen) vinden we het toch nodig om een aantal bedenkingen te formuleren. 
 

Een vierde van de sociale huurders heeft een inkomen dat hoger ligt dan de inkomensgrenzen bij toewijzing

Dit is pertinent onwaar. Hieronder vindt u een overzicht van de inkomens.

 

 

 

 

 

Inkomen

%

% Cumul

  5 000 – 10 000

10

10

10 000 – 15 000

42

53

15 000 – 20 000

20

72

20 000 – 25 000

10

83

25 000 – 30 000

7

89

30 000 – 35 000

4

93

35 000 – 40 000

2

95

40 000 en meer

4

100

 

 

 

 

De inkomensgrenzen zijn:

  • 19 169 euro als u een alleenstaande bent zonder personen ten laste;
  • 20 775 euro als u een alleenstaande gehandicapte bent;
  • 28 753 euro, vermeerderd met 1 607 euro per persoon ten laste, in andere gevallen.

De Armoedegrens in 2011 ligt voor Vlaanderen op 12.159 € voor een alleenstaande en op 25.536 € voor een gezin met twee kinderen. De meeste sociale huurders vallen binnen deze groep. De ‘rijken’ waarover sprake komen bij de inkomens van de sociale huurders niet veel voor.  De inkomensgrenzen liggen niet zo ver van de armoedegrens  

Sowieso is het natuurlijk niet mogelijk om op basis van de inkomens na te gaan wat de gezinssamenstelling is. Wel is het duidelijk dat ook de ‘hogere’ inkomens in een aantal gevallen voldoen aan de inkomensgrenzen bij toewijzing. We denken dan bijvoorbeeld aan koppels met veel kinderen, gehandicapte kinderen,…

 

We ontkennen niet dat een beperkt aantal van onze huurders in de loop de jaren een inkomen hebben dat boven de toewijzingsgrenzen ligt. Zoals hierboven duidelijk aangetoond is het echter een eerder kleine groep.

 

Het is ook niet omdat iemands inkomen evolueert tot boven de grens dat deze personen plots ‘rijk’ zijn. De titel van het artikel is toch wel zeer kort door de bocht. Als deze huurder verplicht naar de private markt moeten, dan creëert dit opnieuw armoederisico’s, terwijl het net het opzet is van de sociale huisvesting om het risico op armoede in te dijken. Onderzoek heeft aangetoond dat een groot deel van de problemen met betaalbaar wonen zich bevinden in de huurders op de private markt. Het is een illusie om te denken dat de sociale huurders die boven de inkomensgrenzen uitstijgen allemaal een eigen woning kunnen verwerven, en dus is de private huur – met vaak matige kwaliteit voor een hoge prijs – het enige alternatief. Het kooprecht van de sociale huurder heeft duidelijk aangetoond dat onze huurders amper in staat zijn om de aankoop – zelfs van een oudere huurwoning – van een woning te financieren.

 

Bovendien bestaat een groot aantal van de ‘rijke’ huurders uit gezinnen met werkende kinderen, waarvan het inkomen wordt meegeteld. Op het moment dat deze de woning verlaten daalt dit inkomen ingrijpend.

 

Afsluitend over deze ‘rijke’ huurders, het zijn net vaak deze gezinnen die de sterkhouders in het sociale weefsel uitmaken en sociale wijken leefbaar houden. Ze wonen meestal langdurig bij ons, hebben een inkomen uit arbeid en zorgen voor stabiliteit in het sociale weefsel. Hen ‘verwijderen’ en systematisch vervangen door de inkomensminima van de wachtlijsten verstoort het vaak zo al broze weefsel in de wijken. Een foute remedie tegen een vermeende kwaal, met potentieel desastreuze gevolgen voor de leefbaarheid, zeker daar waar er een vrij hoge dichtheid aan sociaal wonen is.

 

Urban legends

 

Het artikel staat niet enkel cijfermatig vol met verkeerde informatie. Ook worden weer een groot aantal van de ‘urban legends’ over de sociale huisvesting als waarheid voorgeschoteld. We ontkennen niet dat individuele misbruiken van de toewijzingsregels kunnen voorkomen. Het gaat dan echter steeds over enkele gevallen. Een sector die 140.000 woningen beheert en verhuurt kan zijn beleid niet afstemmen op enkelen die misbruik maken maar moet een globale aanpak nastreven die de risico’s zo veel mogelijk indijkt. Ook de wetgeving kan niet eender welke denkbare creatieve achterpoort sluiten.

 

Zo wordt het probleem van de ‘sociale huurder die de lotto heeft gewonnen’ aangekaart. Recent kwam in de media dat dit inderdaad kan gebeuren. Maar hoe groot is die groep? Hier prioriteit van maken in een toewijzingsbeleid lijkt onzinnig… Hier een uitgebreid wetgevend kader voor creëren lijkt niet de meest efficiënte tijdsbesteding van onze politici.

 

Ook het verhaal van de gepensioneerden met een klein pensioen die hun grote villa verkopen om in een sociale woning te gaan wonen wordt weer bovengehaald. Dat zal in een beperkt aantal gevallen wel kloppen. Aan de andere kant kennen we niet veel advocaten, dokters, bankdirecteurs,… die hun villa verkopen om bij ons te komen huren… Overigens heeft VVH hierover al een aantal suggesties gedaan aan het beleid om een woning boven een bepaalde waarde of kadastraal inkomen als een tijdelijke verhoging van het inkomen mee te rekenen.

 

Ten slotte wordt zowaar aangekaart dat huurders een woning verhuren. Dit is complete onzin. De eigendomsvoorwaarde blijft gelden (in tegenstelling tot de inkomensvoorwaarde) na toewijzing. Dit wordt elke twee jaar gecontroleerd en is een reden tot opzeg indien de huurder plots wel eigendom zou hebben.

 

Wie wordt er beter van, de sociale huisvestingsmaatschappijen… 

Mercedes Van Volcem heeft blijkbaar niet goed opgelet net voor de zomer in het actualiteitsdebat over de sociale huisvesting in het Vlaams Parlement. VVH kaartte immers aan dat een groot probleem zich aandiende op vlak van de financiering van de sociale huisvestingssector. Nieuwe projecten waren structureel verlieslatend. Afgelopen zaterdag verscheen in de Standaard een artikel waarin een aantal maatregelen werden voorgesteld die de Vlaamse Regering zal nemen om deze gebrekkige financiering aan te pakken. Met een gemiddelde huurprijs, grotendeels gebaseerd op een percentage van het inkomen, van iets meer dan 260 € - en dit dus ook met de huurgelden van de ‘rijken’ – is het zo goed als onmogelijk om onze werking, laat staan nieuwe projecten, te financieren. Het is dus niet zo dat wij door het beperkt aantal huurders dat boven de inkomensgrenzen uitkomt een enorme geldstroom krijgen. Nogmaals , gemiddeld 260€ voor ALLE huurders.

 

Sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen overgaan tot het opzeggen van een huurovereenkomst indien een huurder drie jaar op rij uitkomt boven de inkomensgrenzen. Vaak wonen deze mensen al zeer lang in een woning en is het zoals hoger aangekaart niet dat ze riant kunnen leven van hun ‘te hoog’ inkomen. Bovendien zorgt een mix van diverse groepen tot meer leefbare wijken. Niemand wil  terug naar de grote sociale getto’s van jaren terug. Ten slotte speelt het element van ‘levenslang wonen’, een prioriteit van de Vlaamse Overheid.

Betaalbaar en kwalitatief wonen in Vlaanderen is een grondwettelijk recht. Levenslang wonen een prioriteit. De sociale huisvestingssector richt zich niet enkel op ‘zij die niet kunnen werken’ zoals geponeerd door Mercedes Van Volcem, maar op een groep met een verhoogd risico op armoede. Het is geen opvangcircuit uitsluitend voor ‘armen’ maar eerder een duwtje in de rug voor een belangrijke groep burgers om net niet in armoede terecht te komen.

 

We hebben in Vlaanderen (nog) niet de luxe om sociale huisvesting te herleiden tot ideologische discussies over meer of minder markt en meer of minder overheid. Daarvoor zijn de wachtlijsten té lang en is ook de reële nood te groot. Voor een groot deel van de bevolking zijn extra sociale woningen momenteel een bittere noodzaak om niet in de armoede terecht te komen.

 

_________________________________________________________________________________________

1             In Nederland is het percentage sociale huurwoningen 35 %, in Frankrijk 17 %, Groot-Brittannië 20 %,…

2             De Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH) overkoepelt de in Vlaanderen actieve 
sociale huisvestingsmaatschappijen in de huursector. Deze maatschappijen, iets meer dan 90 in heel 
Vlaanderen, zijn autonome vennootschappen die kwaliteitsvolle en betaalbare huurwoningen aanbieden voor een sociale doelgroep.

 

VVH heeft drie kerntaken:

  1. VVH is een ledenvereniging. Dit wil zeggen dat VVH haar leden ondersteunt door informatie te verstrekken (onder meer in de vorm van studiedagen/vorming), “good practises” verzamelt, modeldocumenten voorbereidt en aanbiedt en haar leden advies verleent in diverse domeinen. VVH vertrekt vanuit overleg tussen haar leden als basis voor visieopbouw.
  2. VVH is een belangenvereniging. Dit wil zeggen dat VVH beleidsvoorbereidend en remediërend werkt, ten einde in de praktijk werkbare reglementering en procedures te bekomen. VVH is tevens erkend als werkgeversorganisatie in het kader van Paritair Comité 339.
  3. VVH voert een coherente en duidelijke communicatie over haar werking naar haar leden, andere actoren in de sector en derden.

 


top  top
(c) Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen | website by ICORDA nv.